Artemisia Gentileschi

Artemisia Gentileschi (Rome, 8 juli 1593 – 1652), was een Italiaanse schilderes uit de vroege barok. Door de feministen is haar werk meer bekend geworden.

Ze studeerde onder haar vader, Orazio Gentileschi, in Rome. Artemisia werd leerlinge van Agostino Tassi, een landschapsschilder, die haar het perspectieftekenen leerde, maar ook verkrachtte. Haar vader werd bestolen en verdacht zijn collega. Het leidde tot een ingewikkeld proces en Agostino werd voor enkele maanden opgesloten. Artemesia trouwde, verhuisde naar Florence, en kreeg hulp van haar oom Aurelio Lomi. In die stad leerde ze Galileo Galilei en Cosimo II de‘ Medici kennen. Gentileschi werd in 1616 als eerste vrouw toegelaten tot de Accademia dell’Arte del Disegno in Florence. Haar echtgenoot liet haar in de steek en in 1620 keerde zij terug naar Rome.

Artemisia reisde met haar vader naar Genua en schilderde Susanna en de oudsten. Haar vader trok naar Engeland, Artemisia naar Venetië en Napels. Gentileschi was ondertussen beroemd en werd overal herkend. Ze had drie broers, Francesco, de jongste werd haar secretaris. In 1637 reisde zij naar Londen, op uitnodiging van Karel I van Engeland en werkte opnieuw samen met haar vader. Zij stierf in Napels, onbekend is wanneer.

In de artistieke wereld is Gentileschi onder meer bekend door haar gebruik van chiaroscuro in de stijl van Caravaggio. Artemisia schilderde Bijbelse taferelen en meerdere malen de bloederige geschiedenis van Judith, een geliefd onderwerp onder de Caravagisten. Werken van Gentileschi zijn onder andere de schilderijen Judith onthoofdt Holofernes, een meesterwerk in het museum Capodimonte in Napels, de Maria Magdalena in de Galleria Pitti te Florence en de Christus onder de artsen in New York. In de verzameling van koningin Elizabeth van Engeland bevindt zich een zelfportret.

Susanna en de oudsten

Danaë

Jaël en Sisera

Judith onthoofdt Holofernes, Uffizi

De heilige Januarius in het amfitheater van Pozzuoli